Bedrijfsbrandweren.nl

Deze website ondersteunt de projectorganisatie


Besluit Veiligheidsregio's


Bedrijfsbrandweer:

Het besluit Veiligheidsregio's verstaat onder een bedrijfsbrandweer:
de organisatie van mensen en middelen die tot doel heeft het bestrijden van branden en ongevallen op het terrein van de inrichting.

De tekst van Hoofdstuk 7 Bedrijfsbrandweer

Artikel 7.1

Voor een aanwijzing als inrichting die over een bedrijfsbrandweer moeten beschikken, komen in aanmerking:
    a. inrichtingen als bedoeld in artikel 4 van het Besluit risico's zware onegvallen 1999;
    b. inrichtingen met installaties waarop hoofdstuk 2, afdeling 2, van het Arbeidsomstandighedenbesluit van toepassing is voor zover het betreft:
      1. inrichtingen die geheel of nagenoeg geheel zijn bestemd voor de opslag in verband met vervoer van in die afdeling genoemde stoffen, al dan niet in combinatie met andere stoffen en producten;
      2. spoorwegemplacementen voor zover zij geen onderdeel zijn van een inrichting, waarop artikel 4 van het Besluit risico's zware ongevallen 1999 van toepassing is, en;
    c. inrichtingen, bedoeld in artikel 15, onderdeel b, van de Kernenergiewet, met uitzondering van de inrichtingen waarop artikel 44 van het Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen van toepassing is.

Artikel 7.2

1. Alvorens tot aanwijzing over te gaan, verzoekt het bestuur van de veiligheidsregio het hoofd of de bestuurder van de inrichting, waarvan het bestuur redelijkerwijs kan vermoeden dat deze in geval van een brand of ongeval bijzonder gevaar voor de openbare veiligheid kan opleveren, binnen drie maanden na ontvangst van het daartoe strekkend verzoek een rapport inzake de bedrijfsbrandweer over te leggen, dat de volgende gegevens bevat:
    a. een algemene beschrijving van de inrichting, van de daarin voorkomende stoffen en de eigenschappen van deze stoffen;
    b. een algemene beschrijving van de processen die in de inrichting plaatsvinden;
    c. een beschrijving van de aard, de omvang, het verloop in de tijd en de bestrijding of de beheersing van een brand of een ongeval op het terrein van de inrichting:
      1. die gegeven de aard van een installatie of de inrichting, rekening houdend met de daarin aangebrachte preventieve voorzieningen, als reël en typerend wordt geacht,
      2. waarbij schade aan gebouwen of personen in de omgeving van de inrichting kan ontstaan, en
      3. waarbij van preventieve of repressieve maatregelen duidelijk effect verwacht mag worden, waardoor escalatie daarvan wordt voorkomen;
    d. de maatgevende incidentscenario's dat wil zeggen de geloofwaardige incidentscenario's, bedoeld in onderdeel c, die bepalend zijn voor de omvang en de uitrusting van de bedrijfsbrandweer;
    e. een beschrijving van de organisatie van de nodig geachte bedrijfsbrandweer, waaronder de omvang van het personeel en het materieel.
2. Indien gegevens als bedoeld in het eerste lid reeds zijn opgenomen in een veiligheidsrapport, kan in het rapport worden volstaan met een verwijzing naar de desbetreffende gegevens.

3. Het bestuur van de veiligheidsregio zendt een exemplaar van het rapport aan:
    a. de toezichthouder, bedoeld in artikel 1, derde lid, onderdeel d, van de Arbeidsomstandighedenwet;
    b. het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waarin de inrichting is gelegen;
    c. het bestuursorgaan dat overeenkomstig artikel 2.4. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht bevoegd is een omgevingsvergunning voor de inrichting te verlenen, en;
    d. Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, indien de inrichting is gelegen op of deel uitmaakt van een luchthaven als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet luchtvaart.
    e. Onze Minister van Defensie, indien de inrichting is gelegen op of deel uitmaakt van een bij de krijgsmacht in gebruik zijnd terrein.
4. Het bestuur van de veiligheidsregio kan het hoofd of de bestuurder van de inrichting verzoeken om aan het bestuur aanvullende gegevens te verschaffen.

Artikel 7.3

1. Indien het bestuur van de veiligheidsregio van oordeel is dat de inrichting waarvoor het bestuur ingevolge artikel 7.2, eerste lid, een rapport heeft ontvangen in geval van een brand of ongeval bijzonder gevaar kan opleveren voor de openbare veiligheid, wijst het bestuur de inrichting aan die binnen een door het bestuur te stellen termijn over een bedrijfsbrandweer dient te beschikken.

2. Het bestuur van de veiligheidsregio gaat niet over tot het aanwijzen van een inrichting dan nadat de bestuursorganen, bedoeld in artikel 7.2, derde lid, door het bestuur in de gelegenheid zijn gesteld advies ter zake uit te brengen en nadat het hoofd of de bestuurder van de inrichting door het bestuur is gehoord.

3. Het bestuur van de veiligheidsregio kan inrichtingen aanwijzen die gezamenlijk over een bedrijfsbrandweer dienen te beschikken. Het tweede lid is van overeenkomstige toepassing.

4. Het bestuur van de veiligheidsregio maakt de aanwijzing bekend aan de bestuursorganen, bedoeld in artikel 7.2, derde lid.

5. Het bestuur van de veiligheidsregio kan in de aanwijzing, bedoeld in het eerste en derde lid, slechts eisen stellen aan:
    a. de geoefendheid en de samenstelling van de bedrijfsbrandweer waarbij de functies genoemd in het Besluit personeel veiligheidsregio's kunnen worden aangwezen;
    b. de voorzieningen inzake bluswater, melding, alarmering en verbindingen;
    c. het blusmaterieel;
    d. de beschermende middelen;
    e. de alarmering van en samenwerking met de brandweer en andere hulpverleningsorganisaties, en
    f. de omvang van het personeel en het materieel van de bedrijfsbrandweer.
Artikel 7.4

1. Na wijziging of uitbreiding van een aangewezen inrichting dan wel verandering van de daarin gebezigde processen die in betekenende mate consequenties hebben voor de inhoud van het rapport, dient het hoofd of de bestuurder van die inrichting zo spoedig mogelijk een dienovereenkomstig gewijzigd rapport aan het bestuur van de veiligheidsregio over te leggen.

2. Artikel 7.2, tweede tot en met vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

3. Indien het gewijzigde rapport, het veiligheidsrapport of de wijziging daarvan daartoe aanleiding geven, kan het bestuur van de veiligheidsregio de aanwijzing intrekken dan wel de bij de aanwijzing gestelde eisen wijzigen.

4. Het bestuur van de veiligheidsregio bepaalt bij het vaststellen van gewijzigde eisen, bedoeld in het derde lid, een termijn waarbinnen aan die eisen moet zijn voldaan.

5. Artikel 7.3, tweede en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 7.5

1. Na wijziging van de omgeving van een aangewezen inrichting die in betekenende mate consequenties heeft voor gegevens over de geloofwaardige en maatgevende incidentscenario's, bedoeld in artikel 7.2, eerste lid, onderdeel c en d, kan het bestuur van de veiligheidsregio de aanwijzing intrekken dan wel de bij de aanwijzing gestelde eisen wijzigen.

2. Het bestuur van de veiligheidsregio bepaalt bij het vaststellen van gewijzigde eisen, bedoeld in het eerste lid, een termijn waarbinnen aan die eisen moet zijn voldaan.

3. Artikel 7.3, tweede en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 7.6

1. Op een aanwijzing die Onze Minister geeft ten aanzien van een inrichting die is gelegen op of deel uitmaakt van een bij de krijgsmacht in gebruik zijnd terrein, zijn de artikelen 7.1 tot en met 7.5 van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat Onze Minister tevens een exemplaar van het rapport zendt aan de Minister van defensie en het bestuur van de veiligheidsregio.

2. Onze Minister zendt een rapport aan het bestuur van de veiligheidsregio nadat hij het rapport zodanig heeft bewerkt dat de gegevens waarvoor geheimhouding geboden is, daarin niet voorkomen of daaruit niet kunnen worden afgeleid.


Toelichting aan te wijzen functies (artikel 7.3, lid 5, onder a.):

In het Besluit personeel veiligheidsregio's staat vermeld dat bij ministeriële regeling voor de bedrijfsbrandweer regels kunnen worden gesteld aan de volgende functies:
  • bedrijfsbrandweer bestrijder petrochemie;
  • bedrijfsbrandweer bestrijder tankincidenten;
  • bedrijfsbrandweer bevelvoerder;
  • bedrijfsbrandweer bevelvoerder vliegtuigbrand;
  • bedrijfsbrandweer officier van diens;
  • bedrijfsbrandweer officier van dienst vliegtuigbrand;
  • bedrijfsbrandweer manschap a;
  • bedrijfsbrandweer manschap a bestrijder vliegtuigbrand.




Laatste wijziging: 25 septemmber 2010








Site
Meter