Artikel 31 van de Wet Veiligheidsregio's
1. Het bestuur van de veiligheidsregio kan een inrichting die in geval
van een brand of ongeval bijzonder gevaar kan opleveren voor de
openbare veiligheid, aanwijzen als bedrijfsbrandweerplichtig.
2. Het hoofd of de bestuurder van een aangewezen inrichting draagt er
zorg voor dat in die inrichting kan worden beschikt over een bedrijfsbrandweer,
die voldoet aan de bij de aanwijzing gestelde eisen inzake
personeel en materieel.
3. In afwijking van het eerste lid vindt de aanwijzing plaats door Onze
Minister indien het een inrichting betreft die is gelegen op of deel
uitmaakt van een terrein dat bij de krijgsmacht in gebruik is, voor zover er
gegevens in het geding zijn waarvan de geheimhouding door het belang
van de veiligheid van de Staat is geboden. Voordat een aanwijzing
plaatsvindt, hoort Onze Minister het hoofd of de bestuurder van de
inrichting.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur wordt bepaald welke categorieën inrichtingen kunnen worden aangewezen en op welke wijze tot de aanwijzing kan
worden besloten, en kan worden bepaald aan welke eisen het personeel en het materieel
moeten voldoen.
5. Het hoofd of de bestuurder van een inrichting als bedoeld in het
vierde lid verstrekt het bestuur van de veiligheidsregio dan wel Onze
Minister de nodige inlichtingen ten behoeve van de uitoefening van de in dit
artikel bedoelde bevoegdheid tot aanwijzing.
6. Het hoofd of de bestuurder van een inrichting van een aangewezen inrichting verstrekt het bestuur van de veiligheidsregio dan wel Onze Minister voor 1 februari van ieder jaar een overzicht van de werkelijke sterkte
van de bedrijfsbrandweer op 1 januari van dat jaar.
7. Het hoofd of de bestuurder van een aangewezen inrichting draagt er
zorg voor dat de bedrijfsbrandweer ter zake van het optreden, dat
noodzakelijk is ter bestrijding van brand of van gevaar anderszins binnen
de inrichting, de aanwijzingen opvolgt van degene die op grond van een
wettelijk voorschrift met de feitelijke leiding van die bestrijding is belast.
Toelichting artikel 31 Bedrijfsbrandweer
De bevoegdheid om te bepalen dat een inrichting over een bedrijfsbrandweer
moet beschikken, is neergelegd bij het bestuur van de
veiligheidsregio, omdat dit bestuur een brede afweging kan maken over
de kwaliteit en capaciteit van de repressieve brandweerzorg in de regio.
Op basis van deze afweging beoordeelt het bestuur of bepaalde risico's
afgedekt moeten worden door bedrijfsbrandweren, indien er ingeval van
een brand of ongeval sprake is van een bijzonder gevaar voor de openbare
veiligheid. Dit is een afgeleide taak van het college van burgemeester
en wethouders waar het bevoegd gezag ligt voor de brandweerzorg. In dit
verband kan het college van burgemeester en wethouders (evenals de
provincie ingeval die vergunning verleent) de regio vragen een inrichting
aan te wijzen als bedrijfsbrandweerplichtig, als dat in het kader van de
vergunningsvoorwaarden relevant is.

